De Zuiderzee
Eeuwenlang lag midden in Nederland een binnenzee: de Zuiderzee. Steden als Amsterdam, Enkhuizen, Hoorn en Kampen werden er rijk van. Via de Zuiderzee voeren de schepen van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) naar de Noordzee. Maar de zee was ook gevaarlijk. Bij stormen liepen de dijken aan de kust geregeld over.
In januari 1916 ging het opnieuw mis. Een zware storm drukte het water over en door de dijken rond de Zuiderzee. Grote delen van Noord-Holland liepen onder water en er vielen doden. Na die ramp kreeg een oud plan alsnog steun.
Het plan van Lely
Ingenieur Cornelis Lely (1854–1929) had al in 1891 een plan gemaakt om de Zuiderzee af te sluiten met een dijk en daarachter land te winnen. Als minister van Waterstaat kreeg hij het door het parlement: op 14 juni 1918 kwam de Zuiderzeewet. Het doel was dubbel: veiligheid tegen het water, en nieuwe landbouwgrond om meer voedsel te verbouwen.
Het werk begon met een kleine proefpolder bij Andijk. Daarna volgden de grote werken:
| Jaar | Werk |
|---|---|
| 1930 | Wieringermeer droog |
| 1932 | Afsluitdijk dicht op 28 mei: de Zuiderzee wordt het IJsselmeer |
| 1942 | Noordoostpolder droog |
| 1957 | Oostelijk Flevoland droog (29 juni) |
| 1968 | Zuidelijk Flevoland droog (29 mei) |
| 1975 | Laatste gat in de Houtribdijk tussen Lelystad en Enkhuizen gedicht |
De twee Flevopolders liggen samen als één groot eiland in het water. Met zo’n 970 vierkante kilometer geldt de Flevopolder als het grootste kunstmatige eiland ter wereld.
Hoe maak je een polder?
Eerst komt er een ringdijk om het stuk zee dat droog moet. Daarna pompen gemalen het water weg. Voor Oostelijk Flevoland deden drie gemalen dat: Wortman in Lelystad, Lovink bij Harderwijk en Colijn bij Ketelhaven. Zuidelijk Flevoland kreeg het gemaal De Blocq van Kuffeler bij Almere.
Daarna lag er een vlakte van modder en water. Vanuit vliegtuigen werd riet gezaaid, zodat de bodem sneller droog werd. Er kwamen sloten, tochten en greppels, en pas na een paar jaar was het land klaar voor gewone landbouw. De Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders en zijn voorganger legden wegen aan, bouwden boerderijen en dorpen en zochten de eerste boeren en bewoners uit.
Op de bodem van de oude zee kwamen zo’n 450 scheepswrakken tevoorschijn, van vissersboten tot vrachtschepen. Het is waarschijnlijk het grootste scheepskerkhof op land ter wereld. Een deel van de vondsten is te zien in Batavialand in Lelystad. Bij Swifterbant vonden archeologen bovendien sporen van mensen die er tussen ongeveer 5300 en 3400 voor Christus woonden, lang voordat de zee kwam. Archeologen spreken van de Swifterbantcultuur.
De Markerwaard die er nooit kwam
Volgens het plan van Lely moest er nog een vijfde polder komen: de Markerwaard, tussen Lelystad en Noord-Holland. De Houtribdijk, die nu Lelystad met Enkhuizen verbindt, was bedoeld als dijk van die polder. Maar de Markerwaard kwam er nooit. De discussie duurde tientallen jaren, en in 2003 besloot het kabinet definitief dat hij niet werd aangelegd. Het water erachter heet nu het Markermeer. Sinds 2016 worden daarin de Markerwadden aangelegd, nieuwe eilanden voor de natuur.
Lelystad: een stad op de tekentafel
Lelystad werd ontworpen als hoofdstad van de nieuwe polders en kreeg de naam van Lely. Bij de dijk aan het Markermeer staat een groot standbeeld van hem, met de blik op het water.
Het eerste ontwerp, van stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren, was groot opgezet. In 1964 werd het te ingewikkeld en te duur gevonden, en de stad werd kleiner en eenvoudiger gebouwd. Eén idee bleef: de scheiding van verkeer. Auto’s rijden over hoger gelegen hoofdwegen, fietsers en voetgangers hebben hun eigen paden, met viaducten en tunnels waar ze elkaar kruisen.
In 1967 kwamen de eerste bewoners. Ze woonden tussen het zand en de bouwputten, en veel voorzieningen moesten nog komen. In de eerste jaren had Lelystad geen eigen gemeenteraad: het gebied werd bestuurd vanuit de rijksoverheid. Op 1 januari 1980 werd Lelystad een gewone gemeente. Nu wonen er bijna 86.000 mensen.
De twaalfde provincie
Op 1 januari 1986 werd Flevoland de twaalfde provincie van Nederland, met Lelystad als hoofdstad. Bij de provincie horen de twee Flevopolders, de Noordoostpolder en het oude vissersdorp Urk, dat tot 1939 een eiland was.
Flevoland heeft zes gemeenten: Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde. Almere is met ruim 230.000 inwoners veruit de grootste stad. Het oude eiland Schokland in de Noordoostpolder werd in 1995 het eerste werelderfgoed van UNESCO in Nederland. Het dorp Nagele is een bekend voorbeeld van moderne architectuur uit de jaren vijftig, met onder anderen Aldo van Eyck als ontwerper.
Natuur die vanzelf kwam
Een deel van Zuidelijk Flevoland was bedoeld voor industrie, maar bleef jarenlang nat liggen. Er vestigden zich vanzelf grote aantallen vogels. Zo ontstonden de Oostvaardersplassen, nu een van de bekendste natuurgebieden van Nederland. Er leven konikpaarden, edelherten en de zeearend. Samen met de Markerwadden en ander water en land vormt het sinds 2018 Nationaal Park Nieuw Land.
Koningsdag in Flevoland
Koningsdag 2027 is de derde keer dat een koninklijke verjaardag in Flevoland wordt gevierd. In 1994 bezocht koningin Beatrix de Noordoostpolder en Urk, in 2006 Almere en Zeewolde. Voor koning Willem-Alexander is Lelystad de eerste keer in Flevoland. Het feest valt samen met 60 jaar Lelystad, en de koning wordt zelf ook 60.
Meer over de stad, met tips voor een bezoek, staat op de pagina Lelystad. Wat er al bekend is over de dag zelf, lees je bij het Programma. Alle eerdere gaststeden staan op Alle gaststeden.